The Knife of Dawn: ‘Een man van kleur met een pen was een bedreiging.’

Datum

Geschreven op 10 maart 2026
Aangepast op 11 maart 2026

The Knife of Dawn is een operavoorstelling over de Guyanese dichter en activist Martin Carter, die in 1953 zonder aanklacht gevangen zit tijdens zijn strijd tegen de Britse koloniale overheersing. De opera onderzoekt de spanning tussen kunst en activisme, en de vraag of woorden of daden meer kracht hebben in een strijd voor vrijheid. Tegelijk raakt het werk aan bredere thema’s zoals dekolonisatie, zwarte emancipatie, historische ongelijkheid en de verantwoordelijkheid van kunstenaars in tijden van politieke crisis. Voor regisseur Gavin-Viano voelt het maken van The Knife of Dawn als een persoonlijk project. In dit interview spreken we Gavin-Viano over de voorstelling en zijn rol in het geheel.

Datum

Geschreven op 10 maart 2026
Aangepast op 11 maart 2026

Wat raakte jou persoonlijk toen je voor het eerst in aanraking kwam met The Knife of Dawn?

The Knife of Dawn gaat over Martin Carter. Hij is een dichter, activist en schrijver uit Guyana die heel belangrijk is geweest voor het Caribisch gebied. In 1953 werd hij onterecht opgepakt omdat hij zich verzette tegen het koloniale bewind van Groot-Brittannië. Tegenwoordig hebben we televisie en social media als platform om veel mensen te bereiken, maar in die tijd waren poëzie en literatuur een vorm van macht. Een man van kleur met een pen was echt een bedreiging. Carter werd gevangengezet en ging in hongerstaking. Hij stopte ook met schrijven. Het stuk speelt zich af op dag 27 van die hongerstaking.

Toen De Nationale Opera & Ballet mij vroeg om dit stuk te regisseren, voelde dat als een full circle moment. Ik ben namelijk zelf ook ooit onterecht opgepakt. Dat gebeurde in Hamburg. Ik had net mijn eerste show gedaan en mijn moeder was daarvoor gekomen. Nadat ik haar terug had gebracht naar het hotel liep ik naar mijn appartement. Zonder enige reden werd ik toen staande gehouden door vijf politieagenten. Het was een duidelijk geval van etnisch profileren. Ze waren op zoek naar drugsdealers. Ik werd meegenomen naar het politiebureau, volledig gefouilleerd en pas na twee uur weer vrijgelaten. Dat was erg traumatisch. Ik ben blij dat ik mijn verhaal kan navertellen, want er zijn ook veel mensen die dat niet kunnen.

Sinds mijn vijftiende heb ik vaker problemen gehad met politieagenten die me provoceerden of profileerden. Het maakte niet uit of ik in mijn voortuin zat of gewoon door mijn eigen straat liep. Ik werd steeds gevraagd wie ik was en waar ik naartoe ging, en niet op een vriendelijke manier. Op een gegeven moment begon ik dat te filmen. Als ik werd staande gehouden, legde ik het vast op camera.

Daarom ben ik ook blij dat ik voor dit project ben gevraagd. De operawereld is helaas nog steeds vaak een predominantly white space, ook in Nederland. Het feit dat dit werk is geprogrammeerd en dat het is gemaakt door twee zwarte vrouwen, Hannah Kendall en Tessa McWatt, die allebei roots hebben in Guyana, betekent veel voor mij. Het vinkt voor mij veel belangrijke punten aan en vormt een safe space om dit soort verhalen te kunnen vertellen.

Regisseur Gavin-Viano

Naast jouw persoonlijke ervaringen, heb je ook een achtergrond in dans, performance en regie. Hoe komen al die ervaringen samen in jouw aanpak als regisseur bij dit stuk?

Ik combineer eigenlijk alles wat ik in mijn carrière heb gedaan. In 2020 ben ik afgestudeerd aan de regieopleiding van de Toneelacademie Maastricht. Daarvoor kreeg ik scholarships om te studeren aan de New York Film Academy, waar ik me richtte op muziektheater. En daarvoor heb ik dans gestudeerd aan Codarts in Rotterdam.

Al die disciplines komen nu samen in mijn werk. Ik ben regisseur, maar ook choreograaf en performer. Daardoor begrijp ik goed wat performers op het podium meemaken. Als je tegelijk aanwijzingen krijgt van de regisseur en de dirigent, die natuurlijk heel specifiek zijn en je moet omgaan met decor, licht en beweging, kan dat best overweldigend zijn.

Omdat ik zelf performer ben, kan ik me goed in acteurs verplaatsen. Soms kan ik dingen ook fysiek voordoen. Ik werk daarnaast met een geweldige regieassistent die ook choreograaf is. Zij begint de dag vaak met een warming-up en herhaalt de eerste staging van de vorige dag voordat ik erbij kom.

Ik ben heel blij dat ik alle tools die ik in de loop der jaren heb verzameld nu kan toepassen in mijn eerste regie bij De Nationale Opera & Ballet. Het blijft spannend, maar ik kan ook op mezelf vertrouwen en denken: jij kunt dit.

'Voor mij is de vrouw de toekomst.'

Wat maakt The Knife of Dawn volgens jou een belangrijk stuk om te zien?

Het stuk is geschreven en gecomponeerd door twee vrouwen van kleur. Voor mij is de vrouw de toekomst, dus ik vind het mooi dat hun perspectief hier centraal staat. Wanneer ik zelf stukken maak, kies ik vaak bewust voor teksten van vrouwen of makers van kleur. Er moet meer zijn dan alleen de white male gaze.

Daarnaast laat deze opera een ander perspectief zien in de operawereld. Het stuk wordt gepresenteerd tijdens het Opera Forward Festival, een festival waar nieuwe en experimentele werken worden gemaakt. Daar komt ook veel jong publiek op af en mensen die misschien voor het eerst naar een opera gaan.

Mijn visie is dat culturele ruimtes zoals theaters, concertzalen, musea en operahuizen open moeten zijn voor iedereen. Het zijn publieke ruimtes, dus het is tijd voor een meerstemmig publiek.

Ik vind het mooi dat dit huis zich daarvan bewust is en niet alleen kijkt naar diversiteit op het podium, maar ook naar de mensen die het werk maken, componeren en programmeren.

Vind je dat er tegenwoordig meer aandacht is voor inclusiviteit in de sector, of is er nog veel werk te doen?

Ik vind dat er zeker naar wordt gekeken. We zijn er nog lang niet, maar stap voor stap gaan we vooruit. Per project en per voorstelling.

Wat ik mooi vind aan mijn generatie makers en kunstenaars, en ook aan de generatie die nu opkomt, is dat we goed zijn opgeleid en onze geschiedenis kennen. We kunnen met elkaar in gesprek gaan en discussiëren, maar elkaar ook in onze waarde laten.

Ik kom zelf uit Rotterdam, een hele multiculturele stad. Diezelfde multiculturele samenstelling hoop ik in alle facetten van het leven terug te zien.

Wat is volgens jou nodig om een diverser publiek naar de opera te trekken?

Het begint bij de vraag welk verhaal je vertelt, wie het maakt en welk team het produceert.

Als je een nieuw of breder publiek wilt bereiken, moet je ruimte maken voor andere stemmen. Dat betekent ook dat er budget en draagvlak moet zijn om dat werk te realiseren.

Daarnaast spelen praktische dingen een rol. Deze opera is bijvoorbeeld in het Engels, terwijl opera ook vaak in het Italiaans of een andere taal kan zijn. Dat kan een barrière vormen. De keuze voor een Engelstalige opera met boventitels verkleinen die barrière.

Ook de prijs speelt mee. Tijdens het Opera Forward Festival zijn kaartjes betaalbaarder dan bij reguliere opera’s. Het goedkoopste kost ongeveer zestien euro. Dat is tegenwoordig ongeveer de prijs van een lunch in Amsterdam. Dan kan iemand ook denken: ik ga eens naar een opera.

'Kunst is een vorm van verzet.'

In de opera zit de quote “I am no soldier, I am my poem”. Waarom kunnen woorden volgens jou een vorm van verzet zijn?

Woorden zijn een heel krachtig middel, zeker als het gaat om verzet en jezelf uitspreken. In het verhaal van Martin Carter zit dat al in de basis. Kunst is een vorm van verzet.

Carter maakt in het verhaal allerlei ontwikkelingen door. Dat maakt hem menselijk en toegankelijk. Je kunt activistisch zijn en toch twijfelen of fouten maken. Soms moet je water bij de wijn doen om verder te kunnen.

Wij komen allemaal wel eens op dat soort kruispunten terecht. Spreek ik me uit of wacht ik op het juiste moment? Hoe groot wil ik het aanpakken? Of neem ik vandaag even rust?

Ik hou zelf erg van taal en woorden. Tegelijkertijd werk ik interdisciplinair, omdat sommige dingen niet alleen met woorden uit te drukken zijn. Soms heb je muziek nodig, of een decor, of licht. Maar vaak begint het voor mij met woorden, muziek of het lichaam.

Wat hoop je dat het publiek meeneemt na het zien van de voorstelling?

Ik hoop dat mensen denken: ik voel me welkom hier bij De Nationale Opera & Ballet.

Misschien gaan ze volgende week niet meteen weer naar een opera, maar misschien volgend jaar wel. Ik hoop vooral dat ze voelen dat de drempel niet zo hoog is als ze misschien dachten. En dat er ook makers zijn die op hen lijken of hun ervaringen begrijpen.

Maar tegelijkertijd is dat ook de kracht van kunst. Iedereen mag het op zijn eigen manier ervaren.

The Knife of Dawn is te zien op 15, 16 en 18 maart in De Nationale Opera en Ballet in Amsterdam.

Gerelateerde artikelen

Interview
Omroep ZWART
Image LION: een gespreksstarter om de stilte te doorbreken
LION: een gespreksstarter om de stilte te doorbreken

In gesprek met Nastassia Winge over haar korte film LION.

Omroep ZWART
Interview
Image In Het Hoofd Van: Nike Ayinla
In Het Hoofd Van: Nike Ayinla

Nike Ayinla over the culture en de grootschalige samenwerking die ze aangaat in de Schilderswijk.

Interview
Omroep ZWART
Image Afrohaar is geen probleem, het systeem wel
Afrohaar is geen probleem, het systeem wel

In gesprek met Anaïs Banzira over deze blinde vlek en de impact ervan.

Interview
Omroep ZWART
Podcast
Image Goudeerlijk: De stemmen van Papua die Nederland nooit heeft willen horen
Goudeerlijk: De stemmen van Papua die Nederland nooit heeft willen horen

Interview met Julia Jouwe over de onderbelichte verhalen van Papua en de podcast Goudeerlijk